Engels in de pabo

Engels is een relatief nieuw vak in de basisschool. Het is een verplicht onderdeel van het programma voor groep 7 en 8. Het doel van 'Engels in de pabo' is de student inzicht te geven in de verschillende aspecten die bij het geven van Engels en het aanleren van vreemde talen in het algemeen een rol spelen. We gaan er daarbij van uit dat Engels in het Basisonderwijs (EIBO) niet wordt gegeven door een vakleerkracht, maar door de groepsleerkracht.

In dit boek komen de taalvaardigheid en vooral de didactische vaardigheden van de student aan bod; naast een theoretische onderbouwing wordt veel aandacht geschonken aan de uitwerking daarvan in de praktijk. Hierbij wordt gewerkt volgens het parallelliteitsprincipe, dat wil zeggen dat je als student steeds wordt gewezen op de overeenkomsten tussen wat er wordt geleerd op de opleiding en hoe taal bij leerlingen wordt aangeleerd.

In de praktijk van het basisonderwijs wordt van de toekomstige leerkracht basisonderwijs verlangd dat deze - in het kader van schoolwerkplanontwikkeling - een bijdrage kan leveren aan de discussie over uitgangspunten, doelstellingen en middelen voor verantwoord onderwijs Engels. Daarom wordt ook aan dit aspect aandacht besteed.

De belangrijkste doelstellingen van het onderwijs Engels zijn:

  • bij de leerling een positieve houding ontwikkelen ten aanzien van het leren van vreemde talen;
  • de leerling bewust maken van het Engels dat hij al kent;
  • de vaardigheden luisteren en spreken ontwikkelen;
  • deze vaardigheden ondersteunen door schrijven en lezen.