Logopedie

In dit katern maak je kennis met het vak logopedie. Het woord logopedie is afkomstig uit het Grieks (logos = woord, rede en paedie = onderwijs). Het betekent: onderwijs in zuiver spreken en stemgebruik.
Voor mensen die in het onderwijs (gaan) werken, is kennis van logopedie om twee redenen erg belangrijk.

In de eerste plaats kun je – dankzij je kennis van logopedie – bij leerlingen tijdig stoornissen op het gebied van spraak-, taal- en auditieve ontwikkeling signaleren. Ook weet je naar welke deskundige je kinderen met problemen op deze gebieden moet doorverwijzen en ben je in staat leerlingen met spraak-, taal - en gehoorstoornissen te begeleiden.
In het basisonderwijs heeft een kwart van de kinderen op de een of andere manier problemen met verbale communicatie. Ongeveer 10% van deze groep heeft direct behandeling nodig, bijvoorbeeld om de uitspraak te verbeteren, om stemproblemen op te heffen of om een achterstand in de taalontwikkeling weg te werken. Stoornissen in de spraak-, taal- en auditieve ontwikkeling kunnen ook de ontwikkeling van het denken en daardoor de intellectuele ontwikkeling van het kind afremmen. Leerproblemen zijn dan het gevolg.

In de tweede plaats is kennis van logopedie heel belangrijk voor jezelf, als (aanstaande) leerkracht. Leerkrachten zijn beroepssprekers. In de praktijk blijkt dat een groot aantal leerkrachten stemproblemen heeft, omdat het dagelijkse lesgeven te veel eist van stem en spraak. Het optimaliseren van de techniek van het spreken is dan ook van vitaal belang. Je moet langdurig kunnen spreken zonder dat vermoeidheidsverschijnselen optreden. Bovendien ben je met je eigen stemgebruik een spreekvoorbeeld voor je leerlingen.

Doelstellingen

Wanneer je dit katern hebt doorgewerkt, moet je de volgende doelstellingen hebben bereikt:
- Je hebt inzicht in de anatomie en fysiologie van adem, stem en spraak.
- Je bent je bewust van je eigen ademhalings-, stem- en spreektechniek.
- Je hebt voldoende kennis en informatie over de fysiologie van het gehoor en over gehoorstoornissen om kinderen op de basisschool te kunnen begeleiden of door te verwijzen.
- Je hebt inzicht in het verloop van de spraak- en taalontwikkeling bij kinderen van 0 tot 6 jaar.
- Je kunt mogelijke stoornissen in spraak-, taal- en auditieve ontwikkeling signaleren.
- Je hebt voldoende kennis en informatie over stotteren en broddelen om basisschoolkinderen met deze stoornis te kunnen begeleiden of door te verwijzen.
- Je bent je bewust van het belang van een goede verbale en non-verbale expressie tijdens het lesgeven.

Opdrachten

De opdrachten zijn zo veel mogelijk gerelateerd aan de praktijk. Als je alle opdrachten hebt uitgevoerd, heb je de volgende vaardigheden geoefend:
- het verzamelen van informatie over begeleiding en doorverwijzing van kinderen met spraak- en taalproblemen, gehoorstoornissen en problemen in de spreekritmiek;
- het observeren van kinderen die een spraak- en taalachterstand, een gehoorstoornis of een spreekritmestoornis hebben;
- het ervaren en oefenen van je eigen ademhalings-, stem- en spreektechniek.