Schoolmanagement

Je moet je klas 'managen' om ervoor te zorgen dat je leerlingen iets leren. Dat kan alleen maar als voor iedereen duidelijk is wie wat moet doen, wat, waar en waarom het gedaan moet worden. In het begin zal je daarover veel afspraken maken met de leerlingen. Voor de leerlingen is dan duidelijk wat jij van hen verwacht en omgekeerd. Als de leerlingen en jij aan elkaar gewend zijn, hoef je deze afspraken steeds minder expliciet te stellen; een ieder weet wat er van hem verwacht wordt.

Als je wat vaker les hebt gegeven, merk je dat je dat steeds beter afgaat. Je hoeft de leerlingen niet elke keer meer te waarschuwen omdat ze je inmiddels kennen. Je begint de zaak redelijk in de hand te krijgen. Het 'managen' van de klas gaat je steeds beter af. Het blijft nodig om je klas te managen. Als je met een groep mensen bij elkaar zit, moet je de taken tussen de mensen goed op elkaar afstemmen. Je kunt bijvoorbeeld niet tegelijk met anderen de computer gebruiken, of naar de wc gaan.

Dezelfde problemen die je bij het managen van je studie (katern 'persoonlijk management') en je klas (katern 'klassenmanagement') ervaart en hebt ervaren, spelen ook een rol bij het reilen en het zeilen van de school. Het managen van de school is alleen nog complexer. Daarbij gaat het om verschillende partijen, te weten: alle leerlingen van de school, je collega's, de schoolleider, het bestuur, de ouders en alle anderen die met de school te maken hebben. Het vraagt om een goede afstemming tussen de verschillende partijen. Dat is voor iedereen wel zo prettig omdat je dan weet waar je aan toe bent.
In een school worden, naast het verzorgen van onderwijs, nog een hoop andere zaken geregeld. Er zijn veel taken te doen. Je kunt daarbij denken aan betrekkelijk simpele zaken als:
- Het openen van de school. 'Wie heeft er allemaal een sleutel? Hoe ga je om met het afzetten van het alarm?'
- Er moeten voldoende schriften in de school zijn. 'Wie moet daarvoor zorgen? De schoolleider? En hoe weet hij wanneer hij potloden moet bestellen?'

Maar ook voor het geven van onderwijs sta je er niet alleen voor. Je zult samen met je collega's het onderwijs in de school moeten geven. Ook daarvoor moet je afspraken maken met elkaar.
'Wanneer gaat bijvoorbeeld welke groep naar de gymnastiekles; welke groep mag wanneer de computer gebruiken?'
Of vragen die gaan over het lesgeven zelf: 'Gaan we aandacht besteden aan milieu-educatie? Zo ja, wat behandelen we dan in de verschillende groepen? Gaat iedere leraar met zijn eigen groep aan het werk of gaan we een projectweek milieu organiseren?'

Om al deze zaken goed op elkaar af te stemmen, moet ook de school als geheel gemanaged worden. Daarbij spreken we over het management binnen de school als organisatie. Dat is niet alleen een taak van de directeur, maar van het gehele team.

In dit katern leer je te kijken naar de school als organisatie. Het is belangrijk om als leerkracht goed te kunnen functioneren. Om te leren kijken naar de school als organisatie is gebruik gemaakt van literatuur over de school als organisatie. Alleen lezen over de school als organisatie is echter niet voldoende om het belang van de school als organisatie te begrijpen. Daarvoor zijn er opdrachten opgenomen in dit katern.

Algemene doelstellingen

  • Je kunt een school beschrijven vanuit een organisatorisch perspectief.
  • Je kunt jouw rol als docent binnen de school als organisatie benoemen.
  • Je kunt aangeven op welke wijze een schoolteam zich kan ontwikkelen.
  • Je kunt aangeven op welke aspecten het beleid van de school betrekking heeft.